zever
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel), (pejoratief) iemand die schier eindeloos over onbelangrijke details blijft pratenIk krijg echt die kriebels van die zever!
- speeksel, kwijlDe zever liep langs zijn kin.
- (informeel) flauwekul, kletspraatDit is toch alleen maar zever.
- (informeel) gedoe, problemenJe krijgt daar straks een hoop zever mee.
Etymologie
*afgeleid van zeef (stam van het werkwoord zeven)
Vertalingen
Engelssaliva, nonsense
Spaanssaliva, tontería
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek