oogring
mannelijk (de)/ˈoxrɪŋ/
Wat is de betekenis van oogring?
oogring betekent: opvallend anders gekleurde ronde rand om de ogen van gewervelde dieren
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opvallend anders gekleurde ronde rand om de ogen van gewervelde dieren
- (pregnant) opvallend anders gekleurde ring (veren) rond de ogen van een vogel
- rand van botjes of kraakbeen rondom de oogbol bij reptielen en vogels
- (anatomie) (verouderd) gekleurde deel van de oogbol rondom de pupil
- (optica) afbeelding zoals het objectief van een verrekijker die vormt op een daarachter geplaatst schermpje
- (techniek) cirkelvormig stuk metaal om vast te maken aan een vlak, kabel of staaf zodat die met een haak of schroef aan een ander voorwerp kan worden bevestigd
Voorbeelden van "oogring" in een zin
- Een soortgelijke oogring wordt ook bij alle wildkleurige konijnen gevonden, al is er verschil in sterkte van kleur bij de dieren onderling.
- De graspieper is klein, gestreept en heeft een dunne snavel. Witte buitenste staartpennen. Flanken zwaar gestreept; hier is de gelijkende boompieper heel dun gestreept. Geen oogstreep, opvallende oogring. Roep en zang verschilt sterk met die van boompieper.
- De kauw is een van de kleinste kraaiachtigen. Kenmerkend zijn de grijze zijhals en lichtgrijsgroene oogring. Kauwen komen meestal in grote groepen voor en op diverse plaatsen zorgen ze voor overlast. Het voedsel bestaat uit insecten, maar ook zaden, granen, broodkruimels en etensafval lust de kauw graag.
- Sommige dinosaurussen waren nachtdieren. Dat blijkt uit de grootte van de ring van kraakbeen of bot rond hun oogwit. In nachtactieve dieren is deze ring wijder, zodat er meer licht op hun netvlies valt. Onderzoekers hebben de oogringen van 33 verschillende dinosaurussen bestudeerd.
- {{ouds
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek