oogsten
/ˈoxstə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) het volgroeide gewas van het veld halenHet vlas is al geoogst.Ze dronken voorzichtig van een halve fles laat geoogste moezelwijn, voor namelijk om iets voor zich te hebben staan op de mooi gesneden tafel in de erker.
- (figuurlijk) als reactie krijgenZijn prachtige solo oogstte een luid applaus met bravogeroep.
- (veeteelt) (eufemisme) het vergassen en villen van dieren zoals nertsen
Vertalingen
Engelsreap, harvest
Fransrécolter
Duitsernten, ernten
Spaanscosechar, cosechar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek