oor
Wat is de betekenis van oor?
oor betekent: (anatomie) lichaamsdeel waarmee geluiden kunnen worden gehoord
Betekenis
- (anatomie) lichaamsdeel waarmee geluiden kunnen worden gehoord
- (huishouden) handvat waaraan men een stuk servies kan optillen
- (numismatiek) oude Nederlandse munt ter waarde van een kwart stuiver ofwel twee duiten
Voorbeelden van "oor" in een zin
- Door de unieke vorm van het oor wordt het geluid net anders vervormd afhankelijk van de richting. En uit de verschillen tussen de oren kan het brein afleiden waarvandaan het komt.
- Na een tijdje merkte ik duidelijk aan mijn oren dat we van zeeniveau naar duizend meter hoogte aan het klimmen waren.
- Zit het oor aan een koffiekopje aan de linker- of aan de rechterkant?
Betekenis en uitleg van oor
Een oor is het orgaan waarmee we geluid waarnemen. Het heeft niet alleen een belangrijke functie in het horen, maar speelt ook een rol bij het evenwicht en de communicatie met anderen.
Het woord 'oor' kom je vaak tegen in alledaagse gesprekken, vooral als het gaat om geluid of horen. Bijvoorbeeld, als iemand zegt dat ze je niet kunnen horen, kun je vragen of ze een probleem hebben met hun oren. In medische contexten kan 'oor' ook verwijzen naar aandoeningen zoals een oorontsteking, wat extra aandacht vraagt.
Voorbeelden
- Ze luisterde aandachtig met haar oor dicht bij de deur om het gesprek van haar vrienden te horen.
- Na het concert had hij een vervelend piepen in zijn oor, wat meestal snel weer verdwijnt.
- De dokter onderzocht haar oor omdat ze last had van een aanhoudende jeuk.
Woordoorsprong
Het woord 'oor' komt van het Oudgermaanse 'ausō', wat 'horen' betekent. Dit is gerelateerd aan andere woorden in verschillende talen die ook met horen te maken hebben.
Veelgestelde vragen over oor
Wat is de betekenis van oor?
oor betekent: (anatomie) lichaamsdeel waarmee geluiden kunnen worden gehoord
Hoeveel betekenissen heeft oor?
oor heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft oor?
oor is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je oor in een zin?
Voorbeeld: “Door de unieke vorm van het oor wordt het geluid net anders vervormd afhankelijk van de richting. En uit de verschillen tussen de oren kan het brein afleiden waarvandaan het komt.”
Etymologie
*[B] Verbastering van oord in de betekenis "kwart", omdat het een vierde van de stuiver waard was
Uitdrukkingen
- De oren spitsen — Heel goed luisteren
- Luisterend oor aanbieden — Aandachtig luisteren naar wat iemand te zeggen heeft
- De muren hebben oren — Let op wat je zegt, iedereen kan het horen
- Een en al oor zijn — Heel aandachtig naar iets luisteren
- Een draai om de oren geven
- Een oor te luisteren leggen — Onderzoeken wat een ander van iets vindt
- Een snee(tje) in het oor hebben — Dronken zijn
- Er wel oren naar hebben — Geïnteresseerd zijn in iets (zoals een voorstel, aanbod etc.)