oorclip

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sieraad dat men draagt aan het oorlelletje
    Zij droeg nauwelijks sieraden: Otazu-kitsch was aan haar niet besteed. Ze deed hooguit een paar paarlen oorclips in. De perfect gesneden trenchcoat rond haar magere schouders had meer flair dan welke nertscape dan ook. NRC Renate van der Zee 3 juli 2004 [https://www.nrc.nl/nieuws/2004/07/03/its-hip-to-be-hep-7692897-a351038 It's hip to be Hep!]
    Koers attendeerde ons op het topstuk van de avond, een juweel uit 1938 van 100 karaat dat je uit elkaar kunt halen om er een armband, oorclips en broche van te maken. De Telegraaf MICHOU BASU 04 jan. 2016 [https://www.telegraaf.nl/vrouw/461823/dineren-tussen-juwelen Dineren tussen juwelen]
    Het publiek blijft gemeleerd: oorclips, paardestaarten (m/v) een enkel driedelig grijs. Iets meer mannen dan vrouwen, meest dertigers en veertigers. NRC Eddie Marsman 23 oktober 1998 [https://www.nrc.nl/nieuws/1998/10/23/nog-een-keer-en-hij-is-van-u-de-stijgende-belangstelling-7419783-a661375 Nog een keer en hij is van u; De stijgende belangstelling voor fotografieveilingen]

Vertalingen

Engelsearclip, ear-clip