oordelen

/ˈordelə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een oordeel geven over een persoon of een zaak
    Hij oordeelt wel erg snel.
    Ik kon niet meer interrumperen, niet vloeken, niet roddelen of oordelen.
  2. inerg, juridisch (inerg), (juridisch) een oordeel uitspreken, een vaste uitspraak doen

Etymologie

*Afleiding van deel en (letterlijk: uitdelen).