op
/ɔp/
Wat is de betekenis van op?
op betekent: aan de bovenkant aanrakend, rustend op, zich bevindend te
Betekenis
voorzetsel
- aan de bovenkant aanrakend, rustend op, zich bevindend te
- in de buurt van: dicht op elkaar
- gelijktijdig met: op dat moment
- op enig moment gedurende: op een dag
- dragend als schoeisel: op blote voeten, op voetbalschoenen
- met gebruik van
- per (als bepaling van verhouding): 15 op de 100, de auto rijdt 1 op 10. mijl op zeven
- met een specifieke waarde
- in een toestand met
- aanwezig op een bepaalde plaats
- (Belgisch-Nederlands) bij (tussen twee getalswaarden die lengte en breedte aangeven)
Voorbeelden van "op" in een zin
- Het boek ligt op de tafel.
- Er staat ook een vaas op tafel.
- Haar schip is nog op zee
- Deze auto rijdt op diesel.
- Negen op de tien Belgen sorteert zijn afval en twee op drie koopt energiezuinige producten.
Etymologie
#op weg: een gedeelte van een taak is volbracht
Uitdrukkingen
- op en af rijden
- als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel
- als een vis op het droge
- altijd op hetzelfde aanbeeld slaan
- de kat op het spek binden
- dol op
- huilen met de pet op
- lik op stuk
Vertalingen
Engelson, up
Franssur
Duitskurzfristig, irgendwann
Russischна
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek