opbiechten

/ˈɔbixtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) toegeven dat men iets kwaads gedaan heeft
    Daarna heeft hij alles opgebiecht.
    En toen kwam het vreselijke moment waarop ze de stommiteit op moest biechten aan haar strenge vader.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->

Vertalingen

Duitsbeichten, zugeben