opblaaspop

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɔblasˌpɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (levensgrote) opblaasbare pop
    dat jaar namen ze met kamperen geen luchtbedden mee maar opblaaspoppen

Vertalingen

Spaansmuñeca hinchable, muñeca inflable