opblazen

/ˈɔblazə(n)/

Wat is de betekenis van opblazen?

opblazen betekent: (ov) doen ontploffen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) doen ontploffen
  2. ov (ov) een gas in een uitzetbare ruimte pompen
  3. een gas in een bepaalde richting laten stromen
  4. ov (ov) (een gebeurtenis) op overdreven manier beschrijven

Voorbeelden van "opblazen" in een zin

  • Dat gebouw wordt opgeblazen.
  • Een ballon opblazen.
  • Doordat de wind recht mijn kant opblies en het geluid van de donder steeds dichterbij kwam bleven mijn tranen stromen.

Betekenis en uitleg van opblazen

Opblazen betekent iets vullen met lucht of gas, zodat het groter en dikker wordt. Je kunt het ook gebruiken in figuurlijke zin, zoals wanneer iemand zich opblaast van trots of bij het vergroten van een probleem.

Het woord 'opblazen' wordt vaak gebruikt in de context van ballonnen, banden of andere voorwerpen die door druk groter worden. Daarnaast kan het ook duiden op het overdrijven van een situatie of het verhogen van emoties, bijvoorbeeld als iemand zegt dat een klein probleem wordt opgeblazen tot iets veel groters. Het heeft dus zowel een letterlijke als een figuurlijke betekenis.

Voorbeelden

  • De kinderen waren blij toen ze de ballon eindelijk konden opblazen en zien groeien.
  • Ze had het gevoel dat haar collega het probleem onterecht had opgeblazen om aandacht te krijgen.
  • Tijdens het feest besloot hij zijn verhaal een beetje op te blazen voor een betere indruk.

Woordoorsprong

Het woord 'opblazen' is samengesteld uit 'op', wat een beweging naar boven aangeeft, en 'blazen', wat verwijst naar het creëren van luchtbeweging.

Veelgestelde vragen over opblazen

Wat is de betekenis van opblazen?

opblazen betekent: (ov) doen ontploffen

Hoeveel betekenissen heeft opblazen?

opblazen heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Wat zijn synoniemen van opblazen?

Synoniemen van opblazen zijn: oppompen, chargeren, overdrijven.

Hoe gebruik je opblazen in een zin?

Voorbeeld: “Dat gebouw wordt opgeblazen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘doen ontploffen’ voor het eerst aangetroffen in 1642

Vertalingen

Engelsblow up, inflate, blow up
Fransgonfler
Duitssprengen, aufpumpen, aufbauschen
Spaansexplotar, estallar, inflar