opblazen
/ˈɔblazə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) doen ontploffenDat gebouw wordt opgeblazen.
- (ov) een gas in een uitzetbare ruimte pompenEen ballon opblazen.
- een gas in een bepaalde richting laten stromenDoordat de wind recht mijn kant opblies en het geluid van de donder steeds dichterbij kwam bleven mijn tranen stromen.
- (ov) (een gebeurtenis) op overdreven manier beschrijven
Etymologie
* In de betekenis van ‘doen ontploffen’ voor het eerst aangetroffen in 1642
Vertalingen
Engelsblow up, inflate, blow up
Fransgonfler
Duitssprengen, aufpumpen, aufbauschen
Spaansexplotar, estallar, inflar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek