opblinken
/ˈɔblɪŋkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) door een schittering zichtbaar wordenOpeens zag hij de tanden van de tijger in de schemering opblinken.
- (ov) door poetsen laten schitterenZe wilde haar zilveren bestek opblinken voor het diner.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek