opblinken

/ˈɔblɪŋkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) door een schittering zichtbaar worden
    Opeens zag hij de tanden van de tijger in de schemering opblinken.
  2. ov (ov) door poetsen laten schitteren
    Ze wilde haar zilveren bestek opblinken voor het diner.