opbrengen

/'ɔbrɛŋə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. absol (absol) als batig resultaat leveren
    Deze aandelen brachten weinig op.
  2. ov (ov) regelmatig iets betalen of een andere inspanning leveren
    Hij moest zijn huis verkopen omdat hij de stijgende kosten niet opbrengen kon.
    `Ik weet het; zei de majordomus. 'Het was ijdele hoop dat dit u zou ontgaan. Ik vraag u met klem de grootmoedigheid op te brengen om mijn nederige excuses te aanvaarden. Deze uit de toon vallende decoratie is het jammerlijke gevolg van het enthousiasme van de nieuwe eigenaar.'
    'Ik denk niet dat mijn vader hetzelfde enthousiasme zou kunnen opbrengen als hij wist dat ik het had geschilderd,' zei Olive.
  3. ov (ov) een laag op iets aanbrengen
    Laag na laag werd opgebracht.
  4. ov (ov) arresteren, dwingen naar een haven te gaan
    Het schip werd opgebracht door de marine.

Vertalingen

Engelseinbringen, yield
Fransrapporter
Spaansrendir, rentar
Portugeesresultar