opdringerigheid

vrouwelijk (de)/ɔbˈdrɪŋərəxˌhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iemand zich op de voorgrond dringt
    Een paar vrienden blijven zonder opdringerigheid beschikbaar.
    Ondanks zijn eigen opdringerigheid had Quinto geen goed woord over voor de hedendaagse paparazzi. "Wij bleven keurig op drie meter afstand", legde hij eens uit in een interview. Ook zei hij eerst altijd keurig te vragen of hij een foto mocht nemen.
  2. iets dat past bij iemand die zich op de voorgrond dringt

Etymologie

* afleiding van opdringerig

Vertalingen

Engelspushyness, importunity, demanding