open
/ˈoː.pə(n)/
Wat is de betekenis van open?
open betekent: niet gesloten
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- niet gesloten
- iedereen mag naar binnen, toegankelijk, openbaar
- niet bezet, beschikbaar
- zonder een beslist einde
- een vraag waar je geen ja of nee op kunt antwoorden is een open vraag
bijwoord
- op open wijze
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van openen
- gebiedende wijs van openen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van openen
Voorbeelden van "open" in een zin
- Die deur is open.
- ' Ook roepen we bij het betreden van een kleine ruimte: 'Godskeleruh, as ik hier een stijve krijg, mot 't raam open ' Maar de allerfijnste toevoeging aan ons familielingo was het woord 'lummelbout'.
- Tijdens de open dag mag iedereen het bedrijf bekijken.
- Er zijn nog open plaatsen bij dit slecht bezochte concert.
- Deze film heeft een open einde, we weten niet hoe het met de hoofdpersoon afloopt, dat moeten we zelf bedenken.
Etymologie
erfwoord via Middelnederlands van Oudnederlands opan, in de betekenis van ‘toegankelijk’ aangetroffen vanaf 1100
Vertalingen
bgразтворен, отворен, открит
caobert
Deensåben
Duitsauf, unverhüllt, hüllenlos, offen
Engelsopen
eomalfermita, aperta
fiavoin, avonainen
Fransouvertes, ouvert, ouverts, ouverte
elανοιχτός
heפתוח
hunyitott, nyílt
Italiaansaperto
kuvekirî, کراوهتهوه
lvatvērts, atvērta
mlതുറന്ന
mtmiftuħa, miftuħ
noåpen
nnopen
Poolsotwarty, otwarte, otwarta
Portugeesaberto
Russischоткрытый
slodprt, odprta, odprto
Spaansabierto
csotevřený
Turksaçık
Zweedsöppen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek