openbaar

ˌopə(n)ˈbar

Wat is de betekenis van openbaar?

openbaar betekent: vrij toegankelijk

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. woorden met artikelreferenties, woorden met boekreferenties vrij toegankelijk
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van openbaren
  2. gebiedende wijs van openbaren
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van openbaren

Voorbeelden van "openbaar" in een zin

  • WikiWoordenboek is openbaar en zal dat ook altijd blijven.
  • Ik openbaar.
  • Openbaar!
  • Openbaar je?

Betekenis en uitleg van openbaar

Het woord 'openbaar' verwijst naar iets dat toegankelijk is voor iedereen. Dit kan betrekking hebben op informatie, ruimtes of activiteiten die niet privé zijn en waar iedereen gebruik van kan maken.

Je gebruikt 'openbaar' vaak in situaties waarin je aangeeft dat iets voor het algemene publiek beschikbaar is, zoals een openbaar park of een openbare vergadering. Het woord heeft een positieve nuance, omdat het vaak staat voor transparantie en inclusiviteit. Denk aan de verschillen tussen openbaar en privé, waarbij openbaar meestal als toegankelijker wordt beschouwd.

Voorbeelden

  • De gemeente heeft besloten om het nieuwe speelplein openbaar toegankelijk te maken voor alle kinderen in de buurt.
  • Tijdens de openbare les konden ouders zien hoe hun kinderen leren en ontwikkelen in de klas.
  • De informatie over de nieuwe wetgeving is openbaar, zodat iedereen de details kan inzien en begrijpen.

Woordoorsprong

Het woord 'openbaar' komt van het Middelnederlandse 'openbar', dat verwant is aan het woord 'open', wat 'niet gesloten' betekent.

Veelgestelde vragen over openbaar

Wat is de betekenis van openbaar?

openbaar betekent: vrij toegankelijk

Hoeveel betekenissen heeft openbaar?

openbaar heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je openbaar in een zin?

Voorbeeld: “WikiWoordenboek is openbaar en zal dat ook altijd blijven.

Etymologie

van Middelnederlands openbaer bn / openbare bw , op te vatten als afgeleid van openen met het achtervoegsel -baar, in de betekenis van ‘algemeen bekend, het algemeen betreffend’ aangetroffen vanaf 1200

Vertalingen

DuitsStaatsanwaltschaft, öffentlich
Engelspublic, Prosecutors' Office
Japans公共, koukyou, こうきょう
Franspublic
pappublico, publiko
Poolspubliczny
Spaanspúblico
nopåtalemyndighet
nnpåtalemakt