openbaar
ˌopə(n)ˈbar
Wat is de betekenis van openbaar?
openbaar betekent: vrij toegankelijk
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- vrij toegankelijk
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van openbaren
- gebiedende wijs van openbaren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van openbaren
Voorbeelden van "openbaar" in een zin
- WikiWoordenboek is openbaar en zal dat ook altijd blijven.
- Ik openbaar.
- Openbaar!
- Openbaar je?
Etymologie
van Middelnederlands openbaer bn / openbare bw , op te vatten als afgeleid van openen met het achtervoegsel -baar, in de betekenis van ‘algemeen bekend, het algemeen betreffend’ aangetroffen vanaf 1200
Vertalingen
DuitsStaatsanwaltschaft, öffentlich
Engelspublic, Prosecutors' Office
Japans公共, koukyou, こうきょう
Franspublic
pappublico, publiko
Poolspubliczny
Spaanspúblico
nopåtalemyndighet
nnpåtalemakt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek