opfrissen
/ˈɔpfrɪsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- fris maken, prettiger leefbaar of toonbaarder makenElke dag het ergste vuil eraf poetsen met een natte bandana of een plons in een rivier zijn meer dan voldoende om jezelf schoon te houden. Ook biologische zepen werden niet gewaardeerd in de natuur. Helemaal geen zeep gebruiken was het dwingende advies. Ik gebruikte de eerste paar weken natte doekjes om me ’s avonds op te frissen en het stof en zweet weg te vegen, maar vond de doekjes al snel te veel onnodig gewicht om met me mee te dragen.
- opnieuw paraat hebben wat je eerder hebt geweten, in geheugen roepenIk moest mijn geheugen even opfrissen.
Etymologie
* van een werkwoord"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek