opfrissing

vrouwelijk (de)/ˈɔpfrɪsɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handeling waardoor iets weer helder, schoon of als nieuw wordt
    De afgelopen maanden is keihard gewerkt aan een nieuw jasje van ons maandmagazine, Het Blad. We hebben afscheid genomen van het glossy papier, en het formaat is handzamer. De online lezer wint ook: de opfrissing zorgt voor mooie extra verhalen.

Etymologie

*afgeleid van "opfrissen"