opgelopen

ˈɔpxəˌlopə(n)

Wat is de betekenis van opgelopen?

opgelopen betekent: voltooid deelwoord van oplopen

Betekenis

werkwoord
  1. werkwoordsvorm in het nederlands, woorden met artikelreferenties, woorden met boekreferenties voltooid deelwoord van oplopen

Voorbeelden van "opgelopen" in een zin

  • Veel mensen wachtten vol ongeduld op hun postdozen die door de bosbranden veel vertraging hadden opgelopen.
  • De Amerikaanse supermarktketen heeft drie meldingen gehad van klanten die verwondingen aan het gezicht hebben opgelopen doordat de dop in hun gezicht knalde.

Betekenis en uitleg van opgelopen

Het woord 'opgelopen' verwijst naar iets dat is toegenomen of verergerd, vaak in verband met een negatieve ervaring. Het kan bijvoorbeeld betekenen dat je een blessure hebt opgelopen of dat je een bepaalde situatie hebt meegemaakt die niet prettig was.

Je gebruikt 'opgelopen' vaak in de context van schade, pijn of andere negatieve gevolgen. Het kan ook betrekking hebben op het verzamelen van iets, zoals punten of kosten. De nuance van het woord geeft aan dat de toename vaak ongewenst of onvoorzien was.

Voorbeelden

  • Tijdens de wedstrijd heeft hij een blessure opgelopen aan zijn enkel.
  • Door de zware regenval zijn de kosten voor het herstel van de schade flink opgelopen.
  • Na het lange gesprek had zij het gevoel dat de spanning tussen hen was opgelopen.

Woordoorsprong

Het woord 'opgelopen' is samengesteld uit 'op' en 'lopen', wat samen een beweging of verandering aanduidt die voortkomt uit een actie.

Veelgestelde vragen over opgelopen

Wat is de betekenis van opgelopen?

opgelopen betekent: voltooid deelwoord van oplopen

Hoe gebruik je opgelopen in een zin?

Voorbeeld: “Veel mensen wachtten vol ongeduld op hun postdozen die door de bosbranden veel vertraging hadden opgelopen.

Etymologie

*vervoeging van oplopen: voltooid deelwoord, op te vatten als samenstelling van op bw en gelopen ww