opgeofferd

Wat is de betekenis van opgeofferd?

opgeofferd betekent: voltooid deelwoord van opofferen

Betekenis

werkwoord
  1. werkwoordsvorm in het nederlands, woorden met boekreferenties voltooid deelwoord van opofferen

Voorbeelden van "opgeofferd" in een zin

  • Ik dacht continu aan stoppen, maar had hier zoveel voor opgeofferd en ik wist dat ik maar een keer zo’n kans zou krijgen.
  • Dan kan hij er staan en zeggen dat hij zich in deze moeilijke tijden et cetera et cetera toch heeft opgeofferd uit liefde voor zowel zijn dochter als de tradities van zijn geslacht.

Betekenis en uitleg van opgeofferd

Het woord 'opgeofferd' verwijst naar het opgeven of inleveren van iets waardevols, meestal ten behoeve van een hoger doel of het welzijn van anderen. Het kan ook duiden op een opofferingsgezindheid waarbij iemand zijn of haar eigen belangen opzijzet voor de goed van anderen.

Je gebruikt 'opgeofferd' vaak in een context waarin iemand zich opoffert voor een ander, bijvoorbeeld in relaties of tijdens een crisis. Het woord heeft een sterke emotionele lading en kan zowel positieve als negatieve connotaties hebben, afhankelijk van de situatie. Denk aan de helden die hun leven geven voor anderen, maar ook aan situaties waarin iemand misschien teveel van zichzelf weggeeft.

Voorbeelden

  • Tijdens de brand heeft de brandweerman zijn leven opgeofferd om een kind te redden.
  • Ze voelde zich opgeofferd in de relatie, omdat ze altijd haar eigen dromen opzijzette voor de wensen van haar partner.
  • De vrijwilligers hebben hun vrije tijd opgeofferd om de gemeenschap te helpen tijdens de natuurramp.

Woordoorsprong

Het woord 'opgeofferd' komt van het werkwoord 'opofferen', dat is samengesteld uit 'op-' en 'offeren', waarbij 'offeren' teruggaat op het brengen van een offer, vaak in religieuze context.

Veelgestelde vragen over opgeofferd

Wat is de betekenis van opgeofferd?

opgeofferd betekent: voltooid deelwoord van opofferen

Hoe gebruik je opgeofferd in een zin?

Voorbeeld: “Ik dacht continu aan stoppen, maar had hier zoveel voor opgeofferd en ik wist dat ik maar een keer zo’n kans zou krijgen.

Etymologie

*vervoeging van opofferen: voltooid deelwoord, op te vatten als samenstelling van op bw en geofferd ww