opgesloten
Wat is de betekenis van opgesloten?
opgesloten betekent: geïsoleerd van de buitenwereld
Betekenis
- geïsoleerd van de buitenwereld
- geïsoleerd van de buitenwereld
- voltooid deelwoord van opsluiten
Voorbeelden van "opgesloten" in een zin
- Hij zit opgesloten in een cel.
- Hij maakte in gezelschap van Damaaf, die een goede vriend was geworden ook een keer een reis naar de Steilte van Doek, waar het hol was waarin de Roodhoofden uit het Paleis opgesloten hadden gezeten.
- ' Opeens voelde ik me opgesloten in de telefooncel; ik wilde eruit.
Betekenis en uitleg van opgesloten
Het woord 'opgesloten' verwijst naar de toestand waarin iemand of iets zich niet vrij kan bewegen, vaak vanwege fysieke of mentale beperkingen. Dit kan letterlijk zijn, zoals iemand die in een kamer is opgesloten, of figuurlijk, zoals het gevoel van emotionele gevangenschap.
Je gebruikt 'opgesloten' vaak in situaties waarin iemand niet kan ontsnappen aan een bepaalde plek of situatie. Dit kan betrekking hebben op gevangenissen, maar ook op situaties waarin iemand zich emotioneel of geestelijk beperkt voelt. De nuance van het woord kan variëren van een gevoel van onvrijheid tot een meer ernstige situatie van gedwongen isolatie.
Voorbeelden
- Na het ongeluk voelde hij zich letterlijk opgesloten in zijn eigen lichaam, niet in staat om te bewegen.
- De kinderen waren opgesloten in de speelkamer terwijl de ouders de verrassing voorbereidden.
- Tijdens de lockdown voelde veel mensen zich geestelijk opgesloten, ondanks dat ze fysiek in hun eigen huis waren.
Woordoorsprong
Het woord 'opgesloten' is afgeleid van het werkwoord 'opsluiten', wat betekent iets of iemand in een afgesloten ruimte plaatsen. Het heeft wortels in het Germaanse taalgebied.
Veelgestelde vragen over opgesloten
Wat is de betekenis van opgesloten?
opgesloten betekent: geïsoleerd van de buitenwereld
Hoeveel betekenissen heeft opgesloten?
opgesloten heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je opgesloten in een zin?
Voorbeeld: “Hij zit opgesloten in een cel.”
Etymologie
*vervoeging van opsluiten: voltooid deelwoord, op te vatten als samenstelling van op bw en gesloten ww