opgesteld

/ˈɔpxəˌstɛlt/

Betekenis

werkwoord
  1. geplaatst op een plek die met een bepaalde bedoeling is gekozen
    Een opgesteld peloton oproerpolitie hield de betogers tegen toen zij de poort wilden binnengaan.
    Eindeloos veel tentjes stonden verdekt opgesteld onder de laaghangende boomtakken.
  2. sport (sport) behorend tot de spelers die daadwerkelijk deelnemen aan een wedstrijd
    Alle opgestelde spelers worden op doping gecontroleerd.
  3. techniek (techniek) beschikbaar na eerdere installatie
    Het opgesteld vermogen van de elektriciteitscentrale was afgestemd op de piekbehoefte aan stroom.
  4. (van een tekst) onder woorden gebracht, geformuleerd
    Een opgesteld testament mag niet in strijd zijn met de wet.

Etymologie

* (van het scheidbare werkwoord), op te vatten als