ophopen
Betekenis
werkwoord
- (ov) op elkaar stapelenHet vuil was tot een bezwaarlijke hoeveelheid opgehoopt.
- (refl) zich ~: een proces ondergaan waarbij iets zich verzamelt
Vertalingen
Engelspile up, accumulate
Fransentasser
Duitsaufhäufen, anhäufen
Spaansapilar, acumular, amontar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek