opjuinen

/ˈɔpjœynə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. iemand aanzetten tot iets wat niet helemaal goed is
    Volgens Duijzer geldt hetzelfde voor topfuncties in andere bedrijfstakken en voor de politiek. „We laten ons opjuinen door consultants en dat soort types, die ons gaan vergelijken met anderen. Maar van vergelijken word je nooit gelukkig.”
    De christelijke scholengemeenschap Reggesteyn heeft drie leerlingen geschorst omdat ze betrokken waren bij een ‘geintje’ in het centrum van Rijssen. Ze stonden bij een groepje waarvan iemand (geen leerling van Reggesteyn) in een fles bessenjenever plaste. Na wat opjuinen door het drietal werd een andere schoolgenoot overgehaald het spul te drinken.
    De bladen hebben gewedijverd om het Olympisch kampioenschap in lengte der verslagen en in het opjuinen der voetbalgeestdrift.

Etymologie

*(eponiem), misschien beïnvloed door opjutten en ajuin samenstellend afgeleid van "op" en "Juin", een verwijzing naar , de metgezel van Sint-Fransiscus die vaak iets te ver ging in zijn goede bedoelingen, in de betekenis "opjutten" aangetroffen vanaf 1928 (zie vindplaats hieronder)