oplopend
/ˈɔplopənt/
Wat is de betekenis van oplopend?
oplopend betekent: hellend, steeds hoger wordend
Betekenis
werkwoord
- hellend, steeds hoger wordend
- (figuurlijk) een steeds hoger niveau bereikend, stijgend
- (figuurlijk) (van het karakter van mensen) erg emotioneel wordend, opvliegend
Voorbeelden van "oplopend" in een zin
- De kwartronde vergaderzaal is uitgevoerd in gewapend beton en heeft een oplopend dak met radiaal geplaatste spanten.
- Het is overigens voor het eerst dat er voor het feest op de UT kaartjes gekocht moeten worden. In het verleden waren Bevrijdingsfeesten altijd gratis. „Maar wij kunnen er - met alle oplopende kosten - niet meer omheen”, zegt de woordvoerder. „Bovendien krijgen wij - in tegenstelling tot bijvoorbeeld het festival in Zwolle - geen euro subsidie.”
- Ze proberen de frustrerende onmacht te bezweren van een samenleving die gevangen zit in een oplopend conflict en niet in staat is haar meest kwetsbare leden - kleine kinderen - te beschermen.
- Bewaar uw kalmte; langs vaderszijde zijt gij van een oplopend geslacht, ofschoon verscheidene familieleden beproefden deze hartstocht te beteugelen.
Etymologie
*oplopen met de uitgang -d
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek