opmars

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van opmars?

opmars betekent: snel belangrijker worden

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. snel belangrijker worden
  2. aanvallende beweging van een leger

Voorbeelden van "opmars" in een zin

  • De mobiele telefoon maakte in het begin vn de 21ste eeuw een enorme opmars door.
  • - Door de snelle opmars van het leger werden de aanvoerlijnen te lang.
  • - Halverwege de oorlog deserteerden er iedere maand meer dan vijfduizend soldaten; sommige bleven gewoon ergens hangen tijdens de oneindig lange marsroutes, andere vluchtten zodra het vuur werd geopend. In mei 1864 — de maand waarin generaal Grant zijn opmars naar het zuiden begon en de maand van de Wildernis — waren er niet minder dan 5371 federale soldaten die het hazenpad kozen. Meer dan 170 verlieten iedere dag het strijdtoneel — zowel dienstplichtigen als vrijwilligers, ontmoedigd of vol heimwee, gedeprimeerd, verveeld, gedesillusioneerd, onbetaald of gewoonweg bang.{{Aut|Winchester, Simon