opnameapparatuur

vrouwelijk (de)/ˈɔpnaməˌɑparaˌtyr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verzamelterm voor toestellen waarmee gebeurtenissen in beeld of geluid worden vastgelegd
    Het was voor een radioproject van de VPRO dat ‘Een kamer in het verleden’ heette – ik verbleef op het onbewoonde eilandje Senneroog zonder telefoon en internet, maar met opnameapparatuur om verslag te doen voor de radio.
    {{ouds|1935/46

Etymologie

* in een schrijfwijze met een koppelteken aangetroffen vanaf 1930 (zie vindplaats hieronder)