oppas
mannelijk (de)/ˈɔpɑs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die voor korte tijd zorgt voor iets (kinderen, een huis etc.)
Etymologie
*: "oppassen" zonder de uitgang -en
Vertalingen
Engelsbabysitter
Spaanscanguro
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek