oppepper
mannelijk (de)/ɔ'pɛpər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets waardoor je zowel lichamelijk als psychisch meer energie en kracht krijgt; een steuntje in de rug"Je hebt in een seizoen van de sleutelmomenten en dit was zo'n overwinning die iedereen een oppepper geeft," aldus Koeman. de Telegraaf 24 sept. 2017De film viel niet in goede aarde in het land. De autoriteiten verboden de film en de dvd die er later van werd uitgebracht. Er werd zelfs een aanklacht tegen Cohen ingediend. Maar in 2012 leek de kou uit de lucht. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken bedankte de komiek, omdat dankzij de film het toerisme een flinke oppepper kreeg.de Telegraaf 21 nov. 2017De verwachtingen voor het hele jaar, waarbij Arcadis zich vooral richt op de bedrijfsvoering, noemde ING positief. Volgens de bank moet het voor Arcadis ook goed mogelijk zijn om de kosten verder omlaag te krijgen. Daarmee zou de winstgevendheid een oppepper krijgen. Arcadis zelf voorziet een opleving van zijn resultaten in vrijwel alle marktsegmenten.de Telegraaf 27 jul. 2017
Etymologie
* van oppeppen
Vertalingen
Engelslift
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek