opperheerschappij

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets of iemand die de baas is over alle andere zaken of mensen
    De rede heeft zijn opperheerschappij verloren. Niet iedereen is het er meer over eens dat de wereld zo redelijk in elkaar zit. Dick Swaab met zijn gedachte dat de mens helemaal gedetermineerd is door zijn hersencellen is duidelijk een vertegenwoordiger van het achterhaalde modernisme met de daarbij behorende opvatting van wetenschap. Reformatorisch Dagblad Dr. W. van Vlastuin 04-11-2013 [https://www.rd.nl/opinie/apologetiek-zoekt-naar-de-ene-waarheid-1.348552 Apologetiek zoekt naar de ene waarheid]
    Nog korter geleden, toen Bush na de val van Bagdad zo schandalig werd geportretteerd voor dat Mission Accomplished-spandoek, verheugden velen zich op de nieuwe opperheerschappij van Amerika. NRC 28 februari 2008 [https://www.nrc.nl/nieuws/2008/02/28/debat-over-rusland-11494967-a120306 Debat over Rusland]

Etymologie

* afleiding van heerschappij

Vertalingen

Spaanssoberanía