oppervogel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon die zichzelf heel belangrijk vindt
    Haar man had zichzelf bij zijn welkomstbezoek voorgesteld als nieuwe oppervogel en liet sindsdien vooral in de vorm van brieven van zich horen, waarmee hij aankondigde het een of andere plan van de Ökologica om redenen van natuurbescherming te willen verbieden.
  2. boogschieten: de houten vogel die op het bovenste einde der stang geplaatst is en waarop de hoogste prijs staat

Etymologie

* afleiding van vogel