Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

opponeerbaarheid

vrouwelijk (de)/ɔpoˈnerbarhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) (van de duim) eigenschap zo tegenover de andere vingers geplaatst te kunnen worden dat een grijpbeweging mogelijk isBij dieren kan het ook om de grote teen gaan, of om andere vingers of tenen met dezelfde eigenschap.
    Het belangrijkste kenmerk is al genoemd: de volledige opponeerbaarheid van de duim ten opzichte van de andere vingers, en dan met name van de wijsvinger.
  2. filosofie (filosofie) (van een bewering) eigenschap dat het tegendeel ook redelijk te beargumenteren is
    Door nu de eis van opponeerbaarheid (waarmee stelligheid en gewaagdheid wordt bedoeld) toe te voegen aan het promotiereglement, hoopt de commissie zinloze stellingen als 'de zon gaat morgen weer op’ uit te bannen.
  3. juridisch (juridisch) mogelijkheid een uitspraak of afspraak als argument in een procedure te kunnen aanvoeren
    De veilingmeester beschikt over de kennis waarmee hij de roerende goederen, die in het geding zijn, kan taxeren en waarmee hij de te verdelen aandelen kan bepalen. Bovendien is het zijn hoedanigheid als ministerieel ambtenaar waarop beroep wordt gedaan, om de opponeerbaarheid van deze taxaties te garanderen voor de belastingdienst.

Etymologie

**[3] leenvertaling van "opposability" of "opposabilité"