opportunist

mannelijk (de)/ɔpɔrtyˈnɪst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die profijt trekt van de omstandigheden zonder rekening te houden met principes of moraal
    Opportunisten zijn het gevaarlijkst: ze maken het kwaad mogelijk, maar dragen geen bruin hemd; ze komen over als wijs, rationeel, neutraal; ze hebben ook heus soms buikpijn, maar ‘laten zich niet door emoties meeslepen’, ze zeggen bedachtzaam dat je ‘wel realistisch moet zijn’ – ze kunnen zelfs shapeshiften tot verzetsheld.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/03/28/de-opportunist-die-moet-je-in-de-smiezen-houden-a4887696 www.nrc.nl (28 mrt 2025)]

Etymologie

*afgeleid van opportuun

Vertalingen

Engelsopportunist
Fransopportuniste
Spaansoportunista