oproer
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- is het plaatselijk in verzet komen tegen een autoriteit.Het oproer kraait.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘opstand’ voor het eerst aangetroffen in 1537
Vertalingen
DuitsAufruhr
Spaansalboroto, sublevación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek