oprollen
/ˈɔprɔlə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (refl) zich ~, tot een rol vormenHij rolde zich in een hoekje lekker op.
- (ov) ergens een rol van makenHij rolde de slaapzak op.Dat hij het touw óprolde is nooit het probleem geweest.De zware tenten werden ontmanteld, matjes en slaapzakken opgerold en alle kleren in rugzakken gepropt.
- (ov) een (semi-)georganiseerde groep arresterenEr is vandaag een compleet mensensmokkelaarsnetwerk opgerold.
Uitdrukkingen
- [3] Een bende oprollen.
Vertalingen
Engelscurl up, curl up, round up
Fransenrouler, lover, rouler
Duitsaufrollen, aufrollen, hochgehen lassen
Spaansenrollar, arrollar, desarticular
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek