oprotten
/ˈɔprɔtə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) (informeel), (dysfemisme) weggaan, vertrekkenRot op, ik wil je niet meer zien!
Etymologie
* In de betekenis van ‘ophoepelen’ voor het eerst aangetroffen in 1963
Vertalingen
Engelsbugger off, fuck off, piss off
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek