opruiing

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het proberen mensen in opstand te laten komen
    Meteen wordt duidelijk hoe lastig het is de grens te trekken tussen enerzijds vrijheid van meningsuiting en discussie en anderzijds opruiing. Oussama C. (19) en de prediker Azzedine C. (32) plaatsten berichten over de gewapende strijd in Syrië op hun Facebookpagina’s. Verdachten beheerden sites als De Ware Religie en Shaam al Ghareeba. Daarop verschenen teksten waarin de jihad een plicht voor moslims wordt genoemd en terroristische acties van IS werden goedgepraat. NRC Sheila Kamerman 11 september 2015
  2. het mensen aanzetten tot het plegen van geweld tegen de overheid
  3. het mensen aanzetten tot het plegen van misdaden
    De Haagse rechtbank heeft de 65-jarige Yvonne B. veroordeeld tot zes jaar en acht maanden cel voor haar rol in de genocide in Rwanda. Ze is schuldig bevonden aan opruiing tot genocide, heeft de rechtbank in Den Haag vandaag bepaald. Het OM had in november vorig jaar levenslang geëist tegen B. NRC Pim van den Dool en Anouk van Kampen 1 maart 2013
  4. het mensen aanzetten tot verstoring van de openbare orde
    De Eindhovense politie heeft twee jongens van 15 aangehouden voor opruiing via Instagram. Ze deden zich voor als killerclown Coco, en riepen op dat account volgens de politie al dagen op samen te komen bij Winkelcentrum Woensel. Dagenlang gaven mensen daar gehoor aan. Het account van ‘Coco de Clown’ heeft bijna vierduizend volgers. NRC Bastiaan Nagtegaal 19 oktober 2016

Etymologie

* van opruien

Vertalingen

Engelsinstigation to