opscheppen
/ˈɔpsxɛpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov), (voeding) voedsel uit een schaal of pan op een bord doenSchep jij even wat aardappelen op?
- (inerg) aangedikte beweringen doen, iets veel groter/indrukwekkender voorstellen dan het eigenlijk is (met als doel de eigen roem te vergroten)Hij heeft vreselijk op zitten te scheppen over zijn huizenbezit in Amerika, maar nu kijkt hij maar treurig.
Etymologie
* In de betekenis van ‘snoeven’ voor het eerst aangetroffen in 1914
Vertalingen
Engelsserve, dish up, brag
Duitsauftragen, aufschneiden, angeben
Spaanscacarear, blasonar, chulear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek