opschrok
Wat is de betekenis van opschrok?
opschrok betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschrokken
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschrokken
- enkelvoud verleden tijd van opschrikken
Voorbeelden van "opschrok" in een zin
- ... dat ik opschrok.
- ... dat ik opschrok.
- ... dat jij opschrok.
Veelgestelde vragen over opschrok
Wat is de betekenis van opschrok?
opschrok betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschrokken
Hoeveel betekenissen heeft opschrok?
opschrok heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je opschrok in een zin?
Voorbeeld: “... dat ik opschrok.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek