opspringen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. in de hoogte springen
    Hij sprong op van vreugde toen hij hoorde dat hij de lottoprijs van 14 miljoen euro gewonnen had.

Vertalingen

Engelsjump, leap
Franssauter, bondir
Duitsaufspringen
Spaanssaltar
Italiaanssaltare