opstoker
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die probeert mensen tot strijd aan te zettenZet assistent-trainer Orlando Trustfull neer als scheidsrechter annex opstoker annex motivator en spektakel is gegarandeerd. Hij sart, lacht, complimenteert, snauwt. Al lijkt motivatie wel het laatste waar de Ajacieden nu bij geholpen moeten worden. Want iedere speler die in het midden staat, krijgt oogkleppen op. Dan tellen alleen die blauwe lichtjes op de poortjes. Tubantia Daniël Dwarswaard 06-01-16 [https://www.tubantia.nl/nederlands-voetbal/cruijff-is-er-toch-een-beetje-bij-als-motivator-in-belek~a85143c8/ Cruijff is er toch een beetje bij als motivator in Belek]Opstokers tegen alles wat goed en verheven is, die liberalen, en aanblazers van alles wat ordinair en verdorven is. NRC Arie KleijwegtOud-Directeur Vpro-Televisie 23 februari 1995 [https://www.nrc.nl/nieuws/1995/02/23/nederlanders-wilden-na-oorlog-oude-omroepbestel-niet-7257738-a804263 Nederlanders wilden na oorlog oude omroepbestel niet terug]En er hangen uitvergrote toespraken van Botha. In één, uit 1986, komt de volgende passage voor: “Die opstokers kan maar ras en skel, die marxiste kan maar lieg en bedrieg, ons vyande kan ons probeer ondermyn, maar hier is die feite. Ek en my regering is verbind tot magsdeling.” NRC Lolke van der Heide 24 februari 1998 [https://www.nrc.nl/nieuws/1998/02/24/in-zijn-westkaapse-thuisland-is-pw-botha-nog-meneer-7388879-a673362 In zijn Westkaapse thuisland is P.W. Botha nog meneer]
Etymologie
* van opstoken
Vertalingen
Engelsringleader, agitator, instigator
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek