opteller
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die een optelling maaktWaarom organiseren wetenschappers eigenlijk steeds zulke ambitieuze onderzoeken naar onderwerpen die je niet kunt meten of wegen? Aangenomen dat je van wetenschappers mag spreken natuurlijk. Daar begin ik altijd een beetje aan te twijfelen zodra er sociologen en psychologen in het spel zijn. Optellers en aftrekkers, tenslotte. Zouden ze in die vakken ook wel eens worteltrekken, of iets in het kwadraat verheffen? NRC Jan Blokker 18 april 2007 [https://www.nrc.nl/nieuws/2007/04/18/de-champions-league-van-geluk-en-tevredenheid-11309128-a1101323 De Champions League van geluk en tevredenheid]
- iemand die iets toevoegtJoyce gelooft in het woord. In een literair werk kan de werkelijkheid gestalte krijgen. Als de schrijver er maar de juiste woorden voor vindt. En als Joyce ontevreden was met het resultaat herschikte hij de woorden en voegde er woorden aan toe. Dat kon je heel goed zien in zijn manuscripten. Hij was een opteller. Beckett was wantrouwig tegenover het woord. Hij wilde dan ook niet zozeer de werkelijkheid als de essentie van het zijn uitdrukken. En daarvoor schoten de woorden tekort. Daarom liet hij veel overbodige woorden weg. Ook dat is te zien in de manuscripten. Beckett was een aftrekker. De Standaard 19 OKTOBER 2000 Wim D'haveloose [http://www.standaard.be/cnt/dsl19102000_012 Nederlandse editie van Beckett-biografie]
Etymologie
* van optellen
Vertalingen
Engelscounter, adder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek