optillen

/ˈɔptɪlə(n)/

Wat is de betekenis van optillen?

optillen betekent: (ov) iets van de grond opheffen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets van de grond opheffen
  2. het hoofd optillen: niet meer naar beneden kijken maar vooruit of omhoog

Voorbeelden van "optillen" in een zin

  • Hij probeerde zijn zoontje op te tillen, maar ervoer dat de jongen daarvoor al te groot was.
  • Toen tilde hij het hoofd weer op en keek eerst de kring mannen rond en daarna Kleine Woord aan. {{Aut|Herzen, Frank

Betekenis en uitleg van optillen

Optillen betekent letterlijk iets of iemand omhoog tillen, meestal met behulp van je handen of armen. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld om iemand emotioneel te ondersteunen of aan te moedigen.

Je gebruikt het woord 'optillen' vaak in fysieke contexten, zoals wanneer je een zware doos van de grond tilt. Daarnaast kan het ook in sociale situaties voorkomen, bijvoorbeeld als je iemand optilt in de zin van hen helpen om beter te voelen of hen een duwtje in de rug geven. Het woord draagt vaak een positieve connotatie, omdat het vaak gaat om ondersteuning of hulp.

Voorbeelden

  • Tijdens de sportdag besloot ik de jongste deelnemer op mijn schouders te tillen om hem een beter uitzicht te geven.
  • Ze voelde zich down, maar haar vrienden hielpen haar op te tillen met hun vrolijke verhalen.
  • Na de zware regenval moest ik mijn fiets optillen om door de plassen te komen.

Woordoorsprong

Het woord 'optillen' is samengesteld uit 'op' en 'tille', waarbij 'tille' afkomstig is van het werkwoord 'tilen', wat 'tillen' betekent.

Veelgestelde vragen over optillen

Wat is de betekenis van optillen?

optillen betekent: (ov) iets van de grond opheffen

Hoeveel betekenissen heeft optillen?

optillen heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je optillen in een zin?

Voorbeeld: “Hij probeerde zijn zoontje op te tillen, maar ervoer dat de jongen daarvoor al te groot was.

Vertalingen

Engelslift, pick up
Franslever, ramasser
Duitsaufheben, heben
Spaanscoger, recoger, levantar
Portugeeselevar, erguer
Poolspodnosić, podnieść
Deensløfte, hæve