optrekken

/ˈɔptrɛkə(n)/

Wat is de betekenis van optrekken?

optrekken betekent: (ov) door trekken iets naar boven halen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) door trekken iets naar boven halen
  2. erga (erga) zich naar een bepaald doel toe bewegen, meestal ten aanval
  3. erga (erga) op snelheid komen
  4. erga (erga) verdwijnen of omhoog gaan
  5. ov (ov) iets opbouwen
  6. ov, medisch, scheikunde (ov) (medisch), (scheikunde) vloeistof vanuit een voorraadglas of -pot in een injectiespuit of pipet brengen
  7. samen met anderen reizen
  8. een oefening voor het bovenlichaam waarbij je je omhoog trekt aan een stang

Voorbeelden van "optrekken" in een zin

  • Als je een riem draagt hoef je je broek niet zo op te trekken.
  • Hij trok op naar de stad Samarkand en verwoestte deze.
  • De auto trok bijzonder snel op.
  • Het was een seconde doodstil, waarna de vrachtwagen weer optrok.
  • De mist trok op, zodat we zagen waar we waren.