optrekken
/ˈɔptrɛkə(n)/
Wat is de betekenis van optrekken?
optrekken betekent: (ov) door trekken iets naar boven halen
Betekenis
werkwoord
- (ov) door trekken iets naar boven halen
- (erga) zich naar een bepaald doel toe bewegen, meestal ten aanval
- (erga) op snelheid komen
- (erga) verdwijnen of omhoog gaan
- (ov) iets opbouwen
- (ov) (medisch), (scheikunde) vloeistof vanuit een voorraadglas of -pot in een injectiespuit of pipet brengen
- samen met anderen reizen
- een oefening voor het bovenlichaam waarbij je je omhoog trekt aan een stang
Voorbeelden van "optrekken" in een zin
- Als je een riem draagt hoef je je broek niet zo op te trekken.
- Hij trok op naar de stad Samarkand en verwoestte deze.
- De auto trok bijzonder snel op.
- Het was een seconde doodstil, waarna de vrachtwagen weer optrok.
- De mist trok op, zodat we zagen waar we waren.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek