opvarende

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die op een schip vaart
    De geredde opvarenden zijn aan wal gezet.
    Een migrantenboot met 61 inzittenden is omgeslagen in de Atlantische Oceaan, ongeveer 250 kilometer ten zuiden van Gran Canaria. Zeker 26 opvarenden zijn vermist, onder wie zes baby's. Zeker één persoon is omgekomen.

Etymologie

*opvarend met de uitgang -e