opvoeder

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die een kind leert hoe het zich moet gedragen en zorgt dat het opgroeit door het eten te geven
    Het werk van een opvoeder is een werkje van langdurige adem dat veel geduld vereist.

Etymologie

* van opvoeden