opwinding
vrouwelijk (de)/ˈɔpwɪndɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de handeling van het opwindenDe opwinding van de klos werd geblokkeerd door een stuk schroot.
- (psychologie) een toestand van geestelijke of erotische geprikkeldheidIn alle opwinding vergat hij de tijd.Maar het kan ook voelen alsof de moderne tijd ons steeds dieper in hebzucht, wanhoop en opwinding dompelt.
Etymologie
* van opwinden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek