opzetter
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die dieren prepareert zodat ze tentoongesteld kunnen wordenMaar gaandeweg verschuift de aandacht van de opzetters en hun problemen naar de eigenaars van de beesten en hun beweegredenen. NRC Jeroen van der Kris 28 november 1997 [https://www.nrc.nl/nieuws/1997/11/28/beesten-zijn-tenminste-betrouwbaar-7377625-a1219546 Beesten zijn tenminste betrouwbaar]Samen met een taxidermist (een opzetter van dieren) omwikkelde ze de vis met in formaline gedrenkte doeken, in de hoop hem in elk geval goed te kunnen houden tot een ichtyoloog (vissendeskundige) hem zou onderzoeken. NRC Felix Eijgenraam 14 maart 1992 [https://www.nrc.nl/nieuws/1992/03/14/levende-monsters-uit-de-oertijd-7136475-a610766 LEVENDE MONSTERS UIT DE OERTIJD]
- iemand die een activiteit startFons van Westerloo (50) is in Nederland kampioen opzetter van televisiezenders. Of beter uitgedrukt - corrigeert hij gezeten in de Amsterdamse burelen van SBS6, waarvan hij thans directeur is - “opzetten of uit het slop halen”. NRC Raymond van den Boogaard 25 januari 1997 [https://www.nrc.nl/nieuws/1997/01/25/sbs6-directeur-fons-van-westerloo-hoe-rommelig-ook-7340059-a719763 SBS6-directeur Fons van Westerloo: 'Hoe rommelig ook, televisie is tóch een vak']
Etymologie
* van opzetten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek