orangist
mannelijk (de)/orɑ̃ˈʒɪst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (politiek) aanhanger van het huis van Oranje in de Nederlanden
- (politiek) oranjegezind persoon in de Zuidelijke Nederlanden na de afscheiding door de jonge staat België
- (politiek) aanhanger van de protestantse Engelsgezinde partij in Ulster
Etymologie
*afgeleid van orange
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek