woorden
boek
Start
›
O
›
ordeloosheid
ordeloosheid
vrouwelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het ordeloos zijn
De ordeloosheden in Parijs zijn door de politie onderdrukt.
Etymologie
* afgeleid van ordeloos
Synoniemen
wanorde
chaos
rotzooi
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← ordeloos
ordeloost →