order

/ˈɔrdər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een verzoek om diensten of goederen te leveren
    Hij had een order geplaatst voor een nieuwe wasmachine.
  2. verplicht uit te voeren opdracht zonder enige tegenspraak
    Hij kreeg orders van zijn baas om de zaak verder met rust te laten.

Etymologie

* van "ordre" in de betekenis van ‘bevel’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Uitdrukkingen

  • Tot nader ordertot een later bevel (oftewel 'voorlopig')

Vertalingen

Engelsorder, order, command
DuitsBestellung, Befehl, Anweisung
Spaanspedido, mandato, orden
Zweedsorder, order